Dit jaar bestaat Amerika 250 jaar. Het is een indrukwekkend getal, maar het vertelt weinig zonder de geschiedenis die eraan voorafging. Amerika is nooit een statisch land geweest. Het is gevormd door conflicten, verschuivingen en momenten van heruitvinden. Elk tijdvak liet sporen achter in de politieke cultuur, de economie en de manier waarop Amerikanen zichzelf zien. De verjaardag komt met het besef dat Amerika zich op een kantelpunt bevindt. En er zijn meer kantelpunten in de afgelopen 250 jaar die het land hebben gevormd.
Amerika begon als een experiment. Een republiek in een wereld die nog vooral door monarchieën werd beheerst. Daarmee is Amerika de oudste democratie. De Founding Fathers ontwierpen een systeem dat moest voorkomen dat macht zich concentreerde rondom één persoon, maar ze legden tegelijk de kiem voor een lange strijd over wie toegang kreeg tot vrijheid en burgerschap. Slavernij werd niet opgelost, maar weggeduwd richting een toekomst waarvan ze wisten dat die explosief kon worden. Het was het eerste grote compromis dat het land zou tekenen.
In de negentiende eeuw groeide het land met een snelheid die politiek en maatschappij niet konden bijhouden. De expansie naar het westen liet ruimte voor vooruitgang, maar ook voor onteigening en geweld tegen de oorspronkelijke bewoners. De economie industrialiseerde, maar bleef afhankelijk van een slavensysteem dat moreel onhoudbaar werd. De Burgeroorlog was het kantelpunt. De Unie bleef behouden, slavernij werd afgeschaft, maar de strijd om gelijk burgerschap begon feitelijk pas daarna. De Reconstruction bood kansen, maar werd snel teruggedraaid door nieuwe vormen van uitsluiting. Het land bewoog vooruit, maar nooit zonder tegenkrachten.
Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde het karakter van Amerika opnieuw. De opkomst van industrie, migratie en steden dwong tot een herinrichting van staat en economie. De progressieve hervormingen, later gevolgd door de New Deal, gaven de federale overheid een grotere rol in het dagelijks leven. Het was een tijd waarin de Amerikaanse democratie werd aangepast aan een moderne samenleving. Het was een kantelpunt geboren uit noodzaak. De grote depressie liet zien dat de vrije markt geen vanzelfsprekende welvaart garandeerde. De staat stapte naar voren om de samenleving te stabiliseren.
Na de Tweede Wereldoorlog verplaatste het zwaartepunt van de Amerikaanse geschiedenis zich naar het wereldtoneel. Amerika werd de architect van een nieuwe internationale orde, maar bleef tegelijk intern worstelen met segregatie en ongelijkheid. De Civil Rights-beweging van de jaren zestig dwong het land om zijn eigen ideaal van gelijkheid serieuzer te nemen. Deze verwerving van burgerrechten was een van de meest structurele democratische veranderingen van de twintigste eeuw, maar ook hier volgde een langdurige tegenreactie.
Vanaf de jaren tachtig kwam een nieuwe politieke stroming op die sceptisch was over de rol van de overheid en meer vertrouwen stelde in marktwerking en individuele verantwoordelijkheid. Het was een koerswijziging die de staat hervormde, maar ook de ongelijkheden vergrootte. Het meritocratische verhaal werd sterker, terwijl de sociale vangnetten dunner werden. Tegelijkertijd verschoof de politieke cultuur richting polarisatie. De scheidslijnen werden dieper en het vertrouwen in instituties brokkelde langzaam af.
De gebeurtenissen van de eenentwintigste eeuw brachten deze ontwikkelingen in een stroomversnelling. De aanslagen van 9/11, de oorlogen in Afghanistan en Irak en de financiële crisis van 2008 lieten diepe sporen na. De democratie werd veerkrachtiger dan velen vreesden, maar ook kwetsbaarder dan gedacht. Digitale communicatie versterkte bestaande scheidslijnen. Informatie raakte versnipperd. Politiek werd persoonlijker en emotioneler. De opkomst van Donald Trump markeerde een nieuw kantelpunt. Het maakte zichtbaar hoe breed het wantrouwen jegens instituties en elites was gegroeid. Zijn invloed reikte verder dan zijn eigen presidentschap, want hij veranderde het politieke vocabulaire, de toon en de norm.
Tweehonderdvijftig jaar na de onafhankelijkheid staat Amerika opnieuw op een kantelpunt. Niet omdat het land uiteenvalt, maar omdat het opnieuw moet bepalen welke richting het op wil. De interne spanningen zijn groot, maar ze zijn niet nieuw. De Amerikaanse geschiedenis zit vol momenten waarop oude structuren niet meer pasten bij de samenleving die eruit was voortgekomen. Telkens volgde heruitvinden, soms abrupt, soms geleidelijk.
De kracht van Amerika heeft nooit alleen bestaan uit economische macht of militaire dominantie. Ze lag in het vermogen om te veranderen wanneer verandering onvermijdelijk werd. Dat vermogen staat nu onder druk. Een gefragmenteerde mediaomgeving, een verhard politiek klimaat en een democratisch systeem dat op sommige punten verouderd is, maken vernieuwing moeilijker. Toch laat de geschiedenis zien dat aanpassing eerder regel is dan uitzondering.
De 250ste verjaardag van Amerika is daarom meer dan een symbolische mijlpaal. Het is een nieuw kantelpunt. Het laat een land zien dat voortdurend laveert tussen idealen en realiteit, tussen vooruitgang en terugslag, tussen macht en zelfkritiek. Het experiment dat in 1776 begon, is nog steeds niet afgerond. Het vraagt aandacht, onderhoud en soms herziening. Dat maakt Amerika geen voltooid land, maar een land dat zijn toekomst telkens opnieuw moet uitvinden. Dat is geen teken van zwakte, maar van een traditie die al tweeënhalve eeuw meegaat.
