Een jaar na de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis dringt zich een ongemakkelijke, maar belangrijke vraag op. Is de trans-Atlantische band gebroken en de liberale wereldorde voorbij? Is de langdurige band tussen Europa en Amerika blijvend beschadigd? En staat de liberale internationale wereldorde, die sinds 1945 het kader vormde voor westerse macht en samenwerking, daadwerkelijk op instorten?
Het eerste jaar van Trumps tweede presidentschap laat een duidelijke richting zien. Die richting is minder ideologisch dan vaak wordt gedacht. Ze is vooral transactioneel, conflictgericht en gericht op de korte termijn. Dat zorgt voor wantrouwen en chaos.
De relatie tussen Europa en Amerika was decennialang gebaseerd op een gedeeld uitgangspunt. Het draaide om wederzijds belang binnen een vast institutioneel kaders. NAVO, vrijhandel, multilaterale afspraken en politieke afstemming vormden het fundament. Dat fundament lijkt na één jaar Trump ingestort.
Trump heeft Europa niet benaderd als strategische partner, maar als onderhandelingspartij. Dreigingen met handelstarieven, openlijke kritiek op Europese defensie-inspanningen en het expliciet koppelen van economische druk aan geopolitieke kwesties, zoals zijn uitspraken over Groenland om het land te annexeren, hebben ervoor gezorgd een vertrouwensbreuk. Niet omdat deze instrumenten nieuw zijn, maar omdat ze zonder diplomatie wordt ingezet.
Voor Europese hoofdsteden is de kernvraag daardoor verschoven. De vraag is niet hoe we samen de internationale orde versterken, maar hoe beperken we onze afhankelijkheid van een onvoorspelbare bondgenoot? Die verschuiving is structureel, maar is bij veel Europese leiders veel te laat doorgedrongen. Ze zorgt nu voor de versnelling van Europese discussies over strategische autonomie, defensiecapaciteit en industriële onafhankelijkheid. Maar dat is rijkelijk laat en het kost jaren om echt onafhankelijk te zijn van Amerika.
De “liefde” tussen Europa en Amerika is voorbij. De decennialange gedeelde waarden zijn niet langer vanzelfsprekend. De relatie is teruggebracht tot wederzijdse voorzichtigheid in plaats van vertrouwen.
Trump presenteert zijn beleid consequent als correctie op een systeem dat Amerika zou hebben benadeeld. In de praktijk betekent America First geen terugtrekking uit de wereld, maar een andere manier van aanwezig zijn. Minder via instellingen, meer via directe druk.
Internationale organisaties blijven bestaan, maar hun betekenis voor het Amerikaanse beleid telt steeds minder. Handelsconflicten worden bilateraal uitgevochten. Veiligheid wordt gekoppeld aan financiële bijdragen. Diplomatie wordt vervangen door onderhandeling onder (be)dreiging.
Trump ziet internationale politiek niet als een normatief project, maar als een markt waarin macht, toegang en voordeel voortdurend heronderhandeld worden. In zo’n wereld zijn regels nuttig zolang ze voordeel opleveren en overbodig zodra ze dat niet doen.
Voor bondgenoten werkt dit destabiliserend. Niet omdat Amerika haar macht inzet, maar omdat voorspelbaarheid verdwijnt. Het probleem is niet Amerikaanse dominantie, maar Amerikaanse willekeur, oftewel de willekeur van Trump.
De liberale internationale wereldorde wordt vaak voorgesteld als een monolithisch systeem. In werkelijkheid is zij altijd het resultaat geweest van Amerikaanse macht, Europese samenwerking en geopolitieke noodzaak. Wat nu zichtbaar wordt, is geen plotselinge instorting, maar een versnelde erosie.
De instituties bestaan nog. De NAVO functioneert nog, maar de vraag is voor hoe lang? De WTO leeft, maar Amerika heeft zich teruggetrokken. Diplomatieke structuren draaien door, maar hun bindende kracht neemt af. Grote landen, niet alleen Amerika, maar ook China en Rusland, handelen steeds vaker buiten deze kaders om.
Trump is in dat opzicht geen oorzaak, maar een katalysator. Hij versnelt een ontwikkeling die al zichtbaar was, namelijk de verschuiving van een op regels gebaseerde orde naar een gefragmenteerd systeem van machtssferen en tijdelijke allianties.
Dat betekent niet dat chaos onvermijdelijk is. Wel dat stabiliteit duurder wordt en dat kleine en middelgrote landen minder bescherming ontlenen aan abstracte normen.
Economisch gezien heeft Trump gekozen voor confrontatie. Handelstarieven worden ingezet als politiek instrument, niet alleen tegenover China, maar ook richting Europa en Latijns-Amerika. Dit beleid levert op korte termijn onderhandelingsmacht op, maar het heeft ook duidelijke kosten.
Hogere importtarieven werken door in de consumentenprijzen. Ze verhogen onzekerheid voor bedrijven en verstoren bestaande ketens. Dat vertaalt zich niet onmiddellijk in economische krimp, maar wel in aanhoudende inflatiedruk op markten.
Binnenlands heeft dat politieke gevolgen. Trumps populariteit daalt, vooral op economisch terrein. Kiezers die stabiliteit en koopkracht verwachten, ervaren onzekerheid. Dat maakt de tussentijdse verkiezingen van 2026 cruciaal.
Historisch gezien zijn midterms een correctiemechanisme. Als dat patroon zich herhaalt, dreigt Trump de meerderheid in het Congres te verliezen. Dat zou zijn beleidsruimte beperken, vooral op economisch en institutioneel terrein.
Na één jaar Trump is één conclusie onontkoombaar: de wereld is voorgoed veranderd. Niet omdat Trump alle structuren afbreekt, maar omdat hij zichtbaar maakt hoe afhankelijk die structuren waren van politieke wil.
Europa moet zich aanpassen. De liberale internationale orde verdwijnt niet van de ene op de andere dag, maar is niet meer een vanzelfsprekendheid. En de trans-Atlantische relatie blijft bestaan, maar kraakt in haar voegen en wordt als het aan Trump minder relevant.
De komende tijd zal moeten uitwijzen of deze fase een tijdelijke verstoring is, of is dit het begin van een langdurige herordening waarin macht opnieuw het uitgangspunt wordt?
Het meest ingrijpende voorstel, het beëindigen van geboorte-burgerschap voor kinderen van illegale migranten, werd door federale rechters tijdelijk geblokkeerd. Daarmee werd zichtbaar waar de grenzen van de uitvoerende macht liggen. Bovendien ontstaan er grote spanningen met staten als Texas, die hun eigen grensbeleid willen doorzetten. Het federale en statelijke niveau botsen openlijk, wat een ongebruikelijke situatie is voor migratiebeleid.
De militaire modernisering verloopt snel. De defensiebegroting is verhoogd, diversiteitsprogramma’s zijn afgeschaft en er is financiering toegekend voor de Golden Dome, een nieuw raketverdedigingssysteem. Wat minder zichtbaar wordt benadrukt: de beloofde terughoudendheid in buitenlandse operaties blijft uit. Amerikaanse aanvallen op Houthi-doelen en andere regionale taken gaan door. Hierdoor ontstaat een kloof tussen strategische retoriek en feitelijke inzet.
Maatregelen die verder gaan dan bestaande wetgeving, zoals het beëindigen van geboorte-burgerschap, zijn door rechters tijdelijk tegengehouden. Trumps reactie daarop, die regelmatig neerkomt op het presenteren van juridische tegenslag als politieke obstructie, zet druk op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Dat is een breuk met de rolverdeling tussen uitvoerende en rechterlijke macht.
De aanval op een soeverein land is in strijd met het internationaal recht. Amerika heeft het recht niet om een ander land binnen te vallen en de president te ontvoeren. Het Congres was niet ingelicht en dat dient toestemming te geven voor een degelijke operatie. Maar Trump heeft daar maling aan. Hij heeft weinig op met internationale regels en luistert alleen naar mensen die hem influisteren. Het gaat dan om de minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en de minister van Defensie Pete Hegseth.
Voor de Democraten zijn de verkiezingen van 2026 een toets van relevantie. De partij moet laten zien dat zij niet alleen oppositie kan voeren, maar ook een samenhangend alternatief kan formuleren dat verder reikt dan afkeer van Trump. Interne verdeeldheid, strategische keuzes en de verhouding tot progressieve bewegingen zullen daarbij doorslaggevend zijn.