Amerika-kenners Stan Bos (@StanSchrijft) en Marco van den Doel (@focusonamerica) nemen regelmatig op deze website een stelling in over de Amerikaanse politiek. De één is voor de stelling, de ander is tegen. Gezien de turbulente tijd waarin Amerika verkeert, levert Focus on America in deze opzet vanuit een ander perspectief analyse, duiding en commentaar op de Amerikaanse politiek.
Stelling: Gavin Newsom is de enige Democraat die de presidentsverkiezingen van 2028 kan winnen voor zijn partij
Voor:
Het grootste voordeel dat Gavin Newsom heeft is dat hij, in tegenstelling tot andere potentiële kandidaten, nationaal opereert. Hij zoekt bewust het conflict op met Donald Trump. Newsom weet hoe in een sterk gepolariseerd medialandschap het politieke debat werkt. Hij is ook niet bang om met Republikeinen in debat te gaan. Zo is hij regelmatig bij Fox News te zien. Door dat te doen is hij niet alleen zichtbaar bij de Democratische achterban, maar kan hij ook voor matige Republikeinse een interessant alternatief zijn.
Als gouverneur van Californië bestuurt hij de vierde economie van de wereld. Hij kan zich profileren op onderwerpen als economie, klimaat en technologie.
Geld is een belangrijk onderdeel van een succesvolle campagne, Zonder voldoende geld is een verkiezingscampagne gedoemd te mislukken. Newsom heeft één van de grootste donornetwerken binnen de Democratische Partij, inclusief Silicon Valley en Hollywood.
Verder is Newsom een natuurlijke campagnevoerder. Hij voelt zich comfortabel voor de camera. Hij is een relatief jonge kandidaat (58 jaar) in vergelijking met Joe Biden en Donald Trump. Hij kan zich positioneren als hét nieuwe gezicht van de Democratische partij.
Waar andere Democraten zich op de vlakte houden, bouwt Newsom al aan een nationaal profiel. Dat betekent dat hij als hij meedoet meteen een voorsprong heeft
Gavin Newsom is op dit moment de grootste kanshebber om de nominatie voor zijn partij te winnen. Maar er is nog een lange weg te gaan naar de verkiezingen van 2028, dat weet Newsom ook. Maar op dit moment is Newsom de enige en wellicht beste Democraat die de verkiezingen kan winnen.
Tegen:
Je kunt er niet omheen. Gavin Newsom is op dit moment de ongekroonde aanvoerder van de Democraten. Je kunt de (Amerikaanse) media niet langsgaan of de gouverneur van Californië heeft ergens wel een mening over. Newsom vindt dat je vuur met vuur moet bestrijden, maar niemand moet er vreemd van opkijken als de kiezer in 2028 juist meer een verbindende toon wil na nog eens vier jaar Donald Trump. Newsom heeft een voortreffelijk economisch trackrecord in Californië, maar vroege frontrunners, zo wijst de geschiedenis uit, haalden zelden de finish. Daar hoef je de recente presidentiële verkiezingshistorie aan de Democratische kant op na te slaan.
In 2020 ging Elizabeth Warren in alle peilingen aan kop, de kiezer koos voor Joe Biden. In 2008 was Hillary Clinton de gedroomde kandidaat (en anders wel John Edwards, Joe Biden of Bill Richardson), totdat Barack Obama ten tonele verscheen.
In 1992 was Jerry Brown dé kanshebber, maar ging Bill Clinton, de onbekende gouverneur van Arkansas, er met de nominatie vandoor. In 1988 raakte frontrunner Gary Hart betrokken bij een nooit bewezen buitenechtelijke affaire, stapte uit de race en zag Michael Dukakis verliezen van George H.W. Bush.
Er is, kortom, nog een lange weg te gaan voor Newsom, die het weliswaar goed doet in Californië, een staat waar in de rest van het land minzaam tegenaan wordt gekeken. Juist de wat onbekendere kanshebbers zoals Josh Shapiro, Gretchen Whitmer, Pete Buttigieg en Andy Beshear, allen zeer getalenteerde politici, houden zich nog wijselijk op de vlakte. En de kans dat Kamala Harris het straks op eigen kracht gaat proberen om de Democratische nominatie binnen te slepen, is redelijk groot. De concurrentie voor Newsom zal enorm zijn.
Het belangrijkste voor kiezers is altijd de eigen portemonnee, oftewel de economie. Dat moet het beginpunt zijn. Niet als abstract thema, maar als dagelijkse ervaring. Huur, zorgkosten, boodschappen, energie. Daar vormt zich het oordeel over de politieke plannen. Juist daar blijft de Democratische boodschap vaak hangen in systemen en regelingen, terwijl kiezers vooral de uitkomst willen weten en voelen.
Minstens zo belangrijk is hoe de boodschap wordt verteld. De Democratische boodschap verandert te vaak van toon en formulering. Accenten verschuiven, prioriteiten wisselen. Dat maakt het moeilijk om een herkenbaar verhaal op te bouwen. Een beperkt aantal kernpunten, consequent herhaald, is effectiever dan een steeds wisselende agenda.
Wat overbleef was herhaling. Trump herhaalde meerdere malen hoe succesvol en superieur het Amerikaanse leger was en zowel de Iraanse marine als de luchtmacht had vernietigd. Het was vooral borstklopperij. En waarom Trump Venezuela noemde bleef onduidelijk. Waarschijnlijk om daar het succes van nog eens van te onderstrepen. Want dat Iran een ander verhaal is, is inmiddels wel duidelijk.
Nog los van het vraagstuk of de ingreep in Iran verstandig is, maakt Trump zich in een deel van zijn eigen achterban niet populair. De haviken in zijn partij zijn mordicus tegen en dat geldt ook voor vicepresident JD Vance. Hij ziet zichzelf als de natuurlijke opvolger van Trump als diens tweede termijn op 20 januari 2029 afloopt. Voor Vance wordt het lastig campagnevoeren als hij onderdeel uitmaakt van een regering die oorlogje speelt in het Midden-Oosten.
Vanaf het begin van de escalatie met Iran was zichtbaar dat Vance zich niet op de voorgrond plaatste. Waar hij in andere dossiers snel en uitgesproken reageert, bleef zijn publieke optreden beperkt en terughoudend. Die terughoudendheid volgt een patroon dat al voor de eerste militaire stappen zichtbaar was, toen hij zich intern sceptisch zou hebben opgesteld tegenover een directe confrontatie met Iran. Dat standpunt past in een bredere politieke lijn die hij de afgelopen jaren heeft opgebouwd, waarin terughoudendheid in buitenlandse interventies centraal staat en waarin het vermijden van langdurige conflicten een uitgangspunt vormt. Juist daardoor komt hij in een positie terecht waarin elke duidelijke uitspraak politieke risicoś met zich meebrengt, omdat openlijke steun zijn eerdere profiel ondergraaft en openlijke kritiek Donald Trump direct zou raken.
Die marginale positie is niet los te zien van de ideologische spanning die deze oorlog blootlegt binnen het bredere Trump-kamp. Vance vertegenwoordigt een stroming die de afgelopen jaren juist afstand heeft genomen van interventionistische reflexen en die de nadruk legt op binnenlandse prioriteiten. De beslissing om militair in te grijpen staat daarmee op gespannen voet, niet alleen met zijn persoonlijke profiel, maar ook met een deel van de MAGA achterban die gevoelig is voor argumenten tegen buitenlandse avonturen. Dat die spanning niet alleen theoretisch is, blijkt uit berichtgeving over interne kritiek en uit signalen van verdeeldheid binnen conservatieve media en politieke netwerken. De oorlog fungeert daarmee als een breekpunt waarop verschillende interpretaties van “America First” zichtbaar worden, variërend van terughoudendheid tot juist bereidheid tot escalatie wanneer strategische belangen dat vereisen.
Amerika begon als een experiment. Een republiek in een wereld die nog vooral door monarchieën werd beheerst. Daarmee is Amerika de oudste democratie. De Founding Fathers ontwierpen een systeem dat moest voorkomen dat macht zich concentreerde rondom één persoon, maar ze legden tegelijk de kiem voor een lange strijd over wie toegang kreeg tot vrijheid en burgerschap. Slavernij werd niet opgelost, maar weggeduwd richting een toekomst waarvan ze wisten dat die explosief kon worden. Het was het eerste grote compromis dat het land zou tekenen.
Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde het karakter van Amerika opnieuw. De opkomst van industrie, migratie en steden dwong tot een herinrichting van staat en economie. De progressieve hervormingen, later gevolgd door de New Deal, gaven de federale overheid een grotere rol in het dagelijks leven. Het was een tijd waarin de Amerikaanse democratie werd aangepast aan een moderne samenleving. Het was een kantelpunt geboren uit noodzaak. De grote depressie liet zien dat de vrije markt geen vanzelfsprekende welvaart garandeerde. De staat stapte naar voren om de samenleving te stabiliseren.
Vanaf de jaren tachtig kwam een nieuwe politieke stroming op die sceptisch was over de rol van de overheid en meer vertrouwen stelde in marktwerking en individuele verantwoordelijkheid. Het was een koerswijziging die de staat hervormde, maar ook de ongelijkheden vergrootte. Het meritocratische verhaal werd sterker, terwijl de sociale vangnetten dunner werden. Tegelijkertijd verschoof de politieke cultuur richting polarisatie. De scheidslijnen werden dieper en het vertrouwen in instituties brokkelde langzaam af.
Tweehonderdvijftig jaar na de onafhankelijkheid staat Amerika opnieuw op een kantelpunt. Niet omdat het land uiteenvalt, maar omdat het opnieuw moet bepalen welke richting het op wil. De interne spanningen zijn groot, maar ze zijn niet nieuw. De Amerikaanse geschiedenis zit vol momenten waarop oude structuren niet meer pasten bij de samenleving die eruit was voortgekomen. Telkens volgde heruitvinden, soms abrupt, soms geleidelijk.