Hoe beëindig je een oorlog die je al tientallen keren hebt gewonnen?

Toen Donald Trump op 28 februari de oorlog, samen met Israël, tegen Iran begon, presenteerde hij die als een operatie die snel en beslissend zou worden afgerond. Amerika beschikt over een overweldigende militaire superioriteit en volgens Trump was het daarom vooral een kwestie van het toepassen van voldoende kracht om het Iraanse regime tot inkeer te brengen. Het nucleaire programma moest worden uitgeschakeld, de Iraanse militaire capaciteit moest worden vernietigd en de dreiging die volgens Washington al jaren van Teheran uitging, moest definitief worden weggenomen. Wat aanvankelijk werd voorgesteld als een oorlog die slechts enkele weken in beslag zou nemen, duurt nu al zes maanden.

Hoewel Iran militair zwaar is getroffen, bestaat het regime nog altijd, heeft het land zijn politieke en militaire structuren grotendeels weten te behouden en is er geen sprake van een Iraanse capitulatie. De oorlog is evenmin geëindigd. Het conflict heeft zich ontwikkeld tot een langdurige confrontatie waarin de Straat van Hormuz, de mondiale energiemarkt, Amerikaanse sancties en de vraag naar de toekomstige machtsverhoudingen in het Midden-Oosten minstens zo belangrijk zijn geworden als de oorspronkelijke militaire doelen.

Daarmee is een merkwaardige paradox ontstaan. Donald Trump heeft de afgelopen zes maanden herhaaldelijk verklaard dat Amerika de oorlog heeft gewonnen of dat de Iraanse dreiging definitief is uitgeschakeld. Een recente inventarisatie kwam zelfs uit op tientallen afzonderlijke overwinningsclaims, waarbij het aantal inmiddels boven de zestig ligt. Het precieze aantal is uiteindelijk minder interessant dan het patroon. Telkens wanneer de werkelijkheid niet overeenkwam met de verwachting waarmee de oorlog was begonnen, verschoof de betekenis van het woord overwinning.

Aanvankelijk betekende overwinning dat het Iraanse nucleaire programma werd vernietigd. Vervolgens werd het uitschakelen van Iraanse militaire leiders en capaciteiten het bewijs van succes. Daarna werd de controle over de Straat van Hormuz steeds belangrijker en inmiddels wordt ook de economische druk op Iran als onderdeel van de Amerikaanse overwinning gepresenteerd. Daarmee wordt een klassieke politieke strategie zichtbaar, namelijk wanneer het oorspronkelijke doel niet volledig wordt bereikt, wordt het doel achteraf opnieuw gedefinieerd zodat het resultaat alsnog als succes kan worden verkocht.

Dat betekent overigens niet dat Amerika niets heeft bereikt. De Amerikaanse en Israëlische aanvallen hebben Iran enorme schade toegebracht. De militaire infrastructuur is zwaar getroffen, belangrijke commandostructuren zijn ontwricht en het nucleaire programma heeft een ernstige klap gekregen. Iran is als regionale militaire macht verzwakt. Dat zijn reële resultaten en het zou analytisch onjuist zijn om die te bagatelliseren.

Maar militaire schade is iets anders dan een strategische overwinning. Daar ligt het belangrijkste probleem voor Trump. De Amerikaanse doelstelling was niet uitsluitend om Iran te bombarderen. De bedoeling was om de strategische dreiging vanuit Iran structureel weg te nemen en Teheran tot een fundamentele koerswijziging te dwingen. Daarvoor is meer nodig dan het vernietigen van militaire installaties. Uiteindelijk moet een tegenstander bereid zijn zijn gedrag te veranderen. En juist daar is het Amerikaanse succes veel minder duidelijk.

Iran is niet ingestort. Het regime heeft de oorlog overleefd en heeft zich, ondanks de zware verliezen, opnieuw georganiseerd. De economische situatie is dramatisch, de bevolking betaalt een hoge prijs en de militaire mogelijkheden zijn aanzienlijk kleiner geworden, maar de Iraanse staat is niet verdwenen en de politieke machtsstructuur is niet gebroken. Ook het nucleaire dossier is niet eenvoudig afgesloten. De vernietiging van installaties betekent niet automatisch dat alle kennis, expertise en mogelijkheden uit het land zijn verdwenen. Bovendien bestaat er nog altijd grote onzekerheid over wat er precies van het Iraanse nucleaire programma is overgebleven, mede omdat internationale inspecteurs niet overal volledige toegang hebben.

Daarmee komt een probleem naar voren dat Amerikaanse presidenten vaker hebben onderschat: militaire macht kan een land ernstig verzwakken, maar kan niet automatisch bepalen wat er politiek na een oorlog gebeurt.

Dat geldt in het bijzonder voor Iran. Het land is geen staat die uitsluitend over een leger beschikt dat kan worden vernietigd waarna het conflict voorbij is. Iran beschikt over een omvangrijke bevolking, een lange geschiedenis van nationale onafhankelijkheid, een diepgeworteld staatsapparaat en een strategische positie aan de Perzische Golf. Bovendien heeft Teheran in de afgelopen decennia geleerd hoe het onder zware economische druk kan functioneren. De ervaring met sancties heeft geleid tot alternatieve handelsroutes, financiële netwerken en een grotere afhankelijkheid van landen die bereid zijn zaken met Iran te blijven doen, met China als belangrijkste voorbeeld.

Daarmee komen we bij de Straat van Hormuz, die in de loop van deze oorlog is uitgegroeid tot misschien wel het belangrijkste onderhandelingsinstrument van Iran. Wie naar de oorlog kijkt als uitsluitend een militair conflict tussen Washington en Teheran, mist een groot deel van de werkelijkheid. De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste energie routes ter wereld. De verstoring van het scheepvaartverkeer heeft niet alleen gevolgen voor Iran en Amerika, maar ook voor de Golfstaten, Europa en de wereldwijde economie. Voor Amerika is het daarom niet voldoende om militair dominant te zijn. Washington moet uiteindelijk ook een situatie creëren waarin commerciële scheepvaart weer veilig en voorspelbaar door de zeestraat kan varen.

Dat is precies waar Iran over een belangrijk onderhandelingsmiddel beschikt. Teheran hoeft Amerika niet militair te verslaan om de oorlog onaantrekkelijk te maken. Iran hoeft alleen maar voldoende vermogen te behouden om de economische en politieke kosten van het conflict hoog te houden. Daarmee verandert de aard van de oorlog. Het gaat steeds minder om de vraag wie de meeste raketten, vliegtuigen of schepen heeft en steeds meer om de vraag welke partij de langste adem heeft.

Dat is voor Trump een ongemakkelijke positie. Hij heeft zijn politieke reputatie immers juist opgebouwd rond het idee dat Amerika niet langer eindeloze oorlogen moet voeren. Trump presenteerde zichzelf als de president die een einde zou maken aan de buitenlandse avonturen van eerdere Amerikaanse regeringen en die Amerikaanse militaire macht alleen zou gebruiken wanneer daarmee een duidelijk resultaat kon worden bereikt. Een oorlog die zes maanden duurt, waarvan het einde niet in zicht is en die bovendien economische gevolgen begint te hebben voor Amerikaanse consumenten, past slecht bij dat verhaal.

Daar komt de binnenlandse politiek bij. De Amerikaanse midterms van november komen dichterbij en de economische gevolgen van de oorlog worden steeds moeilijker te negeren. De verstoring van de energiemarkt heeft gevolgen voor brandstofprijzen en daarmee voor de Amerikaanse consument. Tegelijkertijd begint de oorlog de Republikeinse partij zelf te verdelen. Niet iedere Republikein is bereid een langdurige militaire confrontatie met Iran te blijven steunen, zeker niet wanneer het oorspronkelijke argument was dat de oorlog snel en beslissend zou zijn.

Voor Trump ontstaat daarmee een dilemma dat hij zelf heeft gecreëerd. Hij kan de oorlog voortzetten om te proberen alsnog een ondubbelzinnige overwinning af te dwingen, maar daarmee vergroot hij het risico dat het conflict nog langer duurt en de economische en politieke kosten verder oplopen. Hij kan de oorlog beëindigen, maar dan moet hij een manier vinden om het einde niet als een nederlaag te laten lijken.

En juist daar ligt waarschijnlijk de sleutel tot een mogelijke uitweg. De meest realistische oplossing is vermoedelijk niet de Iraanse capitulatie waar sommige hardliners in Washington op hebben gehoopt. Evenmin ligt een totale Amerikaanse overwinning voor de hand. Veel waarschijnlijker is een akkoord waarin beide partijen voldoende krijgen om het resultaat thuis als een overwinning te kunnen presenteren.

Dat klinkt misschien als een onbevredigende conclusie, maar internationale conflicten eindigen zelden op het moment dat één partij volledig wordt vernietigd. Veel vaker ontstaat er een compromis wanneer beide partijen tot de conclusie komen dat verdere strijd meer kost dan zij nog kan opleveren. Het probleem is alleen dat geen van beide partijen het compromis als compromis wil verkopen.

Voor Trump is dat nog belangrijker dan voor de meeste andere leiders, omdat hij de oorlog zelf zo sterk heeft verbonden aan zijn persoonlijke imago van kracht en succes.

Een mogelijk akkoord zou daarom verschillende elementen kunnen combineren. Iran zou garanties kunnen geven over zijn nucleaire activiteiten en internationale inspecties opnieuw toelaten. Amerika zou bepaalde sancties kunnen versoepelen. Rond de Straat van Hormuz zouden afspraken kunnen worden gemaakt over vrije scheepvaart en veiligheidscontroles. Beide partijen zouden hun militaire activiteiten geleidelijk kunnen verminderen zonder formeel toe te geven dat zij hun oorspronkelijke doelstellingen niet hebben bereikt.

Trump zou vervolgens kunnen zeggen dat de Amerikaanse militaire campagne Iran heeft gedwongen tot concessies die vóór de oorlog ondenkbaar waren. Iran zou op zijn beurt kunnen verklaren dat het ondanks een maandenlange Amerikaanse bombardementen overeind is gebleven en uiteindelijk Amerika aan de onderhandelingstafel heeft gekregen.

Een andere mogelijkheid is dat Trump kiest voor een langdurige economische strategie en de militaire fase van de oorlog grotendeels beëindigt. In dat scenario zou Washington kunnen beweren dat de Iraanse militaire dreiging voldoende is teruggedrongen en dat de rest van de strijd via sancties moet worden gevoerd. Dat zou Trump in staat stellen zijn troepen minder bloot te stellen aan verdere aanvallen, terwijl de druk op Teheran gehandhaafd blijft.

Maar ook dat is geen snelle oplossing. Iran heeft tientallen jaren ervaring met sancties en heeft laten zien dat het grote economische offers kan verdragen zonder dat het regime noodzakelijkerwijs instort. Bovendien heeft China weinig belang bij een volledige economische implosie van Iran en beschikt het over voldoende mogelijkheden om de Amerikaanse druk gedeeltelijk te omzeilen. Economische oorlog kan Iran verzwakken, maar biedt Washington geen garantie op regime change of een fundamentele politieke omwenteling.

Het gevaarlijkste scenario blijft daarom een nieuwe militaire escalatie. Zolang de oorlog formeel niet is beëindigd, kan één incident voldoende zijn om de diplomatie opnieuw naar de achtergrond te drukken. Een aanval op een Amerikaans schip, een incident rond de Straat van Hormuz, een Iraanse aanval op een Amerikaanse bondgenoot of een nieuwe Israëlische operatie kan een keten van vergeldingsacties veroorzaken waarin beide partijen opnieuw worden meegesleept in een conflict dat zij misschien helemaal niet meer willen.

Dat is het grote risico van een oorlog die langer duurt dan gepland. Niet dat beide partijen noodzakelijkerwijs bewust kiezen voor een grote oorlog, maar dat geen van beide partijen bereid is de eerste stap naar de-escalatie te zetten omdat die stap politiek als zwakte kan worden geïnterpreteerd.

Daarom zou de uiteindelijke uitkomst van deze oorlog wel eens veel minder spectaculair kunnen zijn dan de retoriek waarmee hij begon. Geen Iraanse capitulatie. Geen Amerikaanse terugtrekking. Geen historische handtekening die leidt tot vrede en die het Midden-Oosten voorgoed verandert.

Veel waarschijnlijker is een nieuwe vorm van gewapende vrede waarin Iran zwaar verzwakt maar overeind blijft, Amerika hun militaire aanwezigheid in de regio handhaven, de Straat van Hormuz gedeeltelijk wordt geopend, sancties selectief worden versoepeld en opnieuw worden ingesteld en het nucleaire vraagstuk op de achtergrond blijft bestaan.

Met andere woorden: een conflict dat niet werkelijk wordt opgelost, maar wordt bevroren. Dat zou vanuit militair oogpunt moeilijk als een volledige Amerikaanse overwinning kunnen worden beschouwd. Tegelijkertijd hoeft het geen Amerikaanse nederlaag te zijn. Amerika heeft Iran immers enorme schade toegebracht en kan een akkoord afdwingen dat voor Teheran aanzienlijk ongunstiger is dan de situatie vóór februari.

Maar voor Trump ligt de politieke uitdaging elders. Hij moet het einde van de oorlog verkopen. En daarvoor heeft hij een verhaal nodig waarin de oorlog niet eindigt omdat Amerika niet verder kan of omdat de kosten te hoog zijn geworden, maar omdat Amerika volgens hem precies heeft bereikt wat het wilde bereiken. Dat verhaal zal waarschijnlijk niet één keer worden verteld. Het zal zich, net als de definitie van de overwinning gedurende de oorlog, blijven aanpassen aan de omstandigheden.

Daarmee is de vraag die vandaag voorligt uiteindelijk niet meer of Donald Trump Iran militair kan verslaan. Amerika heeft al laten zien dat zij Iran enorme militaire schade kunnen toebrengen. De vraag is of Trump Iran zover kan krijgen dat het een akkoord accepteert waarmee beide landen hun eigen overwinning kunnen claimen.

Dat is waarschijnlijk de enige echte uitweg. En daar zit een opmerkelijke historische ironie in. De president die de oorlog begon met de belofte dat hij in enkele weken een einde zou maken aan de Iraanse dreiging, staat zes maanden later voor een veel moeilijkere opdracht: een einde maken aan een oorlog die hij volgens zijn eigen woorden al tientallen keren heeft gewonnen.

Misschien wordt uiteindelijk niet de vraag wie de oorlog heeft gewonnen het belangrijkste verhaal, maar hoe Trump erin slaagt een compromis als overwinning te verkopen zonder toe te geven dat een oorlog die enkele weken zou duren uiteindelijk zes maanden heeft geduurd.

Maar de conclusie is dat zes maanden na het begin van de oorlog met Iran Trump gevangen is geraakt in zijn eigen overwinningsretoriek.

Geplaatst in Energie, Iran, Israel, Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump, Republikeinen/Republikeinse partij/GOP/RNC | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Van America First naar Trump First: Trump bouwt aan zijn nalatenschap

Het lijkt er op dat president Donald Trump zich nu alleen nog maar bezig houdt met zijn nalatenschap. Trump zei tegen een journalist dat hij zich niet druk maakt om de financiële situatie van de Amerikaanse burger, wat niet als een verrassing zal komen. Maar volgens het Witte Huis was dit uit zijn verband getrokken omdat Trump reageerde op een vraag over de oorlog met Iran.

Daarnaast zei Trump dat hij zich ook niet druk maakte over de midterms. Trump staat in de peilingen er zeer slecht voor en de kans dat de Republikeinen een goede uitslag halen bij de tussentijdse verkiezingen in november wordt met de dag kleiner.

Maar Trump houdt zich steeds minder bezig met hoge brandstofkosten en boodschappen.  Ze zijn voor hem geen prioriteit. Trump is vooral bezig met zijn eigen prestige projecten. Zo heeft hij het steeds over de balzaal die steeds duurder lijkt te worden. En hij houdt een Ultimate Fighting Championship (UFC) toernooi in de tuin van het Witte Huis. Volgens het Witte Huis voor de viering van het 250 jaar bestaan van Amerika. Maar dat het toernooi plaatsvindt in de week dat Donald Trump jarig is, is vast geen toeval.

Ook heeft de bijna 80-jarige president het over de Reflecting pool bij het Lincoln Memorial. Trump heeft ervoor gezorgd dat het bassin wordt opgeknapt. Het gaat de Amerikaanse belastingbetaler miljoenen dollars kosten. Trump opperde ook dat de fontein bij het Tweede Wereldoorlog monument, dat ligt tussen het Lincoln Memorial en het Washington monument, ook wel een opknapbeurt kan gebruiken. Zo is Trump vooral bezig met het opknappen van monumenten en fonteinen. Alles moet er piekfijn uitzien als Amerika haar 250ste verjaardag viert. Dat is natuurlijk mooi en fijn voor alle Amerikanen en toeristen, maar om het daar steeds over te hebben en de dagelijkse problemen van Amerikanen te negeren zorgt toch voor enig gemopper.

Trump is een president die vooral zichzelf dient. Hij zit in het Witte Huis voor zichzelf. Hij wil met de balzaal iets neerzetten wat nog decennialang aan hem zal herinneren. Hij liet daarom ook zijn naam plaatsen op het Kennedy Center. Maar een rechter besloot dat hij dat niet zomaar kan doen, omdat het Congres daarover gaat, Dus wordt de zijn naam weer  verwijderd, wat ook weer door de belastingbetaler wordt betaald.

Trump wil ook in het kader van de 250ste verjaardag een dollarbiljet van 250 dollar laten drukken zijn beeltenis erop. Ook dat mag niet, omdat alleen overleden personen op biljetten komen, zoals George Washington op het 1 dollar biljet en Abraham Lincoln op het 5 dollar biljet. Zo draait de 250ste verjaardag van Amerika vooral om Trump en niet om Amerika.

Het is een patroon. Trump bedenkt dingen die volgens de wet niet kunnen. Maar daar heeft hij lak aan, Hij deinst niet terug en kijkt hoe ver hij kan gaan en of een rechter hem terugfluit. Wetten en regels zijn bijzaak en zijn er om overtreden te worden.

Trump begrijpt dat als de Republikeinen de midterms verliezen de Democraten elk plan van hem zullen dwarsbomen, zeker onderzoeken tegen hem zullen starten en dan is Trump de laatste twee jaar van zijn presidentschap een lame duck. Dus probeert Trump nu alles in het werk te stellen om zijn erfenis vorm te geven en veilig te stellen.

Maar de kans is groot dat Trump de geschiedenis ingaat als een president die een oorlog tegen Iran begon en uiteindelijk met dezelfde deal zal eindigen die Barack Obama in 2015 sloot. Hij gaat de geschiedenis in als president die de internationale orde aan zijn laars lapt en vooral bezig is zichzelf te verrijken en zo zijn middelvinger opsteekt naar de Amerikaanse burger. En van de gouden eeuw komt tot nu toe ook maar bar weinig van terecht.

Donald Trump draagt zich al lang niet meer als een president die opkomt voor de Amerikaanse belangen. De beloften van lagere prijzen en geen buitenlandse militaire  avonturen meer heeft hij gebroken. Trump is vooral bezig om te zorgen dat hij nooit meer vervolgd kan worden voor corruptie en fraude en door een ‘anti-weaponization fund’ op te stellen voor zijn aanhangers en vriendjes.

Trump heeft allang door dat de midterms een drama worden voor de Republikeinen, maar dat zal hem een zorg zijn. Nog twee jaar doormodderen met nog meer megalomane plannen die dan door een rechter naar de prullenbak worden verwezen, Gewoon kijken hoe ver je kan gaan. Dat is hoe Trump zijn presidentschap zal eindigen. Hij wil niet zomaar een voetnoot zijn in de geschiedenisboeken. Trump is op zoek naar onsterfelijkheid.

Geplaatst in Iran, Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump, Republikeinen/Republikeinse partij/GOP/RNC | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Hoe de spelregels van verkiezingen veranderen

Zestig jaar lang vormde de Voting Rights Act een van de fundamenten onder de Amerikaanse democratie. De wet werd ingevoerd na jaren van raciale uitsluiting, intimidatie en systematische onderdrukking van zwarte kiezers in het zuiden van Amerika. Met name Section 2 van die wet moest voorkomen dat staten hun kiesstelsel zo konden inrichten dat minderheden structureel minder politieke invloed kregen. Het ging daarbij niet alleen om openlijke discriminatie, maar ook om subtielere mechanismen waarmee stemkracht kon worden verkleind. Juist dat onderdeel van de wet staat nu onder zware druk door een recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof (Louisiana v. Callais). Volgens critici wordt daarmee niet alleen een juridische traditie afgebroken, maar verandert ook de manier waarop politieke macht in Amerika wordt verdeeld fundamenteel.

De discussie draait om de vraag hoe kiesdistricten worden getekend. In Amerika stemmen burgers niet alleen voor een president (één keer per 4 jaar), maar ook voor afgevaardigden in het Congres (elke twee jaar), parlementen in de staten en lokale bestuurslagen. Het land is opgedeeld in duizenden kiesdistricten. Elk kiesdistrict vertegenwoordigt ongeveer 800.000 inwoners. Wie bepaalt waar de grenzen van die districten lopen, bepaalt vaak indirect ook wie verkiezingen wint. Dat proces heet redistricting en vindt elke tien jaar plaats na de census, de volkstelling, die de bevolkingsgroei en demografische veranderingen in kaart brengt. De census is daardoor veel meer dan een statistische exercitie. Zij bepaalt hoeveel zetels staten krijgen in het Huis van Afgevaardigden en vormt het startpunt voor het opnieuw tekenen van politieke kaarten.

Juist daar ontstaat de politieke strijd. Wanneer staten na de census hun districten opnieuw indelen, proberen politieke partijen vaak de kaarten zodanig vorm te geven dat zij er electoraal voordeel uit halen. Dat proces staat bekend als gerrymandering. Soms gebeurt dat puur op basis van partijpolitiek, maar in de praktijk lopen partijvoorkeur en raciale samenstelling in Amerika vaak sterk door elkaar heen. Daardoor ontstaat een situatie waarin raciale en politieke manipulatie bijna niet meer van elkaar te scheiden zijn.

De Voting Rights Act van 1965 moest juist voorkomen dat minderheden politiek onzichtbaar werden gemaakt. Een belangrijk instrument daarbij was het creëren van zogenaamde majority-minority districten: kiesdistricten waarin zwarte of Latino-kiezers een meerderheid vormen en daardoor een reële kans hebben om kandidaten van hun voorkeur gekozen te krijgen. Deze districten ontstonden vooral vanaf de jaren tachtig en negentig, nadat het Congres de Voting Rights Act had aangescherpt. Het idee daarachter was dat formele gelijkheid niet voldoende was wanneer de feitelijke politieke macht structureel ongelijk verdeeld bleef.

Het Hooggerechtshof heeft die logica de afgelopen jaren echter steeds verder beperkt. Dat proces begon nadrukkelijk met Section 2, waarin een cruciaal onderdeel van de Voting Rights Act buiten werking werd gesteld. Daardoor hoefden staten met een geschiedenis van raciale discriminatie voortaan geen federale goedkeuring meer te vragen voor veranderingen in hun kieswetten. Vervolgens beperkte het Hooggerechtshof de mogelijkheden om discriminerende kiesregels juridisch aan te vechten. Nu lijkt ook de bescherming rond gerrymandering steeds verder te worden uitgehold.

De recente uitspraak markeert daarin een nieuw kantelpunt. Volgens juridische analisten maakt het Hof het aanzienlijk moeilijker om aan te tonen dat kieskaarten discriminerend zijn wanneer staten kunnen beweren dat hun keuzes vooral politiek en niet raciaal gemotiveerd waren. Dat lijkt misschien een technisch onderscheid, maar in de praktijk verandert het de spelregels ingrijpend. Omdat zwarte kiezers in veel zuidelijke staten overwegend Democratisch stemmen, kunnen Republikeinse wetgevers voortaan stellen dat zij geen raciale maar slechts partijpolitieke keuzes maken. Federale rechters hebben namelijk al bepaald dat puur politieke gerrymandering grotendeels buiten hun bereik valt. Daarmee ontstaat een juridisch vacuüm waarin raciale effecten steeds moeilijker aantoonbaar worden.

Het gevolg is zichtbaar in verschillende staten waar de strijd om het hertekenen van de kiesdistricten inmiddels volledig is gepolitiseerd. In Texas groeit de Latino-bevolking al jaren explosief. Die bevolkingsgroei leverde de staat extra zetels in het Congres op na de census van 2020. Toch slaagden Republikeinen erin om nieuwe kaarten te tekenen waarbij veel Latino-kiezers over meerdere districten werden verspreid. Daardoor werd hun politieke invloed afgezwakt terwijl Republikeinen hun machtspositie grotendeels behielden. Critici spreken van een klassiek voorbeeld van “cracking”: het opdelen van minderheidsgroepen zodat zij nergens een meerderheid vormen.

In Alabama draaide de strijd juist om zwarte kiezers. Daar oordeelde het Hooggerechtshof nog dat de staat waarschijnlijk in strijd handelde met de Voting Rights Act door slechts één meerderheid-zwarte Congreszetel te creëren terwijl zwarte inwoners ongeveer een kwart van de bevolking vormen. Die uitspraak leek destijds verrassend omdat het Hof juist een conservatieve meerderheid heeft. Maar de recente ontwikkelingen tonen hoe fragiel die bescherming inmiddels is geworden.

Ook in Louisiana draaide alles om de vraag hoeveel politieke vertegenwoordiging zwarte kiezers daadwerkelijk mogen hebben. Onder druk van federale rechters tekende de staat aanvankelijk een tweede meerderheid-zwart district. Maar na de nieuwe uitspraak van het Hooggerechtshof lijkt die bescherming opnieuw op losse schroeven te staan. Republikeinse bestuurders in Louisiana willen de kaarten nu opnieuw aanpassen, met als expliciet doel meer Republikeinse zetels veilig te stellen.

In Mississippi speelt een vergelijkbare discussie op staatsniveau. Daar vormen zwarte inwoners bijna veertig procent van de bevolking, maar hun politieke invloed blijft beperkt doordat kiesdistricten zo zijn samengesteld dat Republikeinen disproportioneel veel macht behouden. In South Carolina concludeerden federale rechters eerder dat zwarte kiezers doelbewust uit een district rond Charleston waren verwijderd om Republikeinse winst te garanderen.

Tennessee werd na de laatste herindeling een schoolvoorbeeld van politieke fragmentatie. De Democratisch georiënteerde stad Nashville werd opgesplitst in meerdere Republikeinse districten waardoor de stedelijke stem minder gewicht kreeg. Hetzelfde mechanisme speelt in delen van Indiana, waar Republikeinen al jaren een structureel voordeel behouden ondanks relatief stabiele electorale verhoudingen.

Ook staten die traditioneel Democratisch stemmen, ontsnappen niet aan de discussie. In Californië wordt het proces weliswaar uitgevoerd door een onafhankelijke commissie, maar ook daar groeit de zorg dat federale bescherming voor minderheden afneemt. Juristen waarschuwen dat uitspraken van het Hooggerechtshof uiteindelijk zelfs onafhankelijke systemen kunnen verzwakken wanneer staten minder verplichtingen hebben om raciale representatie mee te wegen.

In Virginia veranderde de demografische samenstelling van de steden rond Washington D.C. de afgelopen jaren sterk. Daar botsen groeiende diversiteit en politieke polarisatie rechtstreeks op elkaar. Democraten zien majority-minority districten vaak als noodzakelijk om representatie eerlijker te maken, terwijl Republikeinen juist stellen dat zulke districten raciale indeling institutionaliseren. Die tegenstelling raakt aan een fundamentele vraag: moet de democratie kleurenblind zijn of juist rekening houden met historische ongelijkheid?

Het probleem is dat de discussie allang niet meer uitsluitend juridisch is. Zij raakt direct aan de legitimiteit van het politieke systeem. In theorie kiezen burgers hun vertegenwoordigers. In de praktijk ontstaat steeds vaker de indruk dat vertegenwoordigers eerst hun eigen districten kiezen en pas daarna de verkiezingen organiseren. Dat voedt wantrouwen, versterkt polarisatie en maakt verkiezingen minder democratisch. In veel districten staat de uitslag feitelijk al vast voordat er één stem is uitgebracht. De echte strijd verschuift dan van algemene verkiezingen naar interne partijverkiezingen, waar vaak de meest ideologisch gedreven kiezers domineren. Dat trekt het politieke midden verder uit elkaar.

Daarmee raakt de discussie over de Voting Rights Act aan een bredere crisis binnen de Amerikaanse democratie. Het gaat niet alleen om kaarten, lijnen en juridische definities, maar om de vraag wie politieke macht mag uitoefenen en onder welke voorwaarden. De census, majority-minority districten, gerrymandering en het hertekenen van kiesdistricten lijken technische onderwerpen, maar zij bepalen uiteindelijk welke groepen zichtbaar blijven in het politieke systeem en welke groepen structureel worden gemarginaliseerd.

Voorstanders van de recente uitspraken stellen dat het Hooggerechtshof juist probeert om de overheid minder expliciet met ras te laten werken. Volgens hen moet de staat geen districten tekenen op basis van huidskleur en moet de grondwet “kleurenblind” worden toegepast. Tegenstanders zien daarin echter een gevaarlijke abstractie. Zij wijzen erop dat raciale ongelijkheid in Amerika historisch diep verweven is geraakt met geografie, partijpolitiek en sociaaleconomische verschillen. Wie doet alsof ras geen rol meer speelt, negeert volgens hen de feitelijke machtsstructuren die nog steeds bestaan.

Wat de uitkomst uiteindelijk ook wordt, duidelijk is dat de spelregels van de Amerikaanse democratie veranderen. De bescherming die de Voting Rights Act sinds 1965 bood, wordt langzaam uitgehold. Daarmee verschuift de balans van federale bescherming naar politieke macht op staatsniveau. En juist in die staten wordt de strijd om kaarten, grenzen en vertegenwoordiging steeds harder gevoerd.

Bronnen
Geplaatst in Alabama, Californië, Hooggerechtshof, Indiana, Louisiana, Mississippi, Nieuws/Amerika/VS, Republikeinen/Republikeinse partij/GOP/RNC, South Carolina, Tennessee, Texas, Virginia | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Stelling: Gavin Newsom is de enige Democraat die de presidentsverkiezingen van 2028 kan winnen voor zijn partij

Amerika-kenners Stan Bos (@StanSchrijft) en Marco van den Doel (@focusonamerica) nemen regelmatig op deze website een stelling in over de Amerikaanse politiek. De één is voor de stelling, de ander is tegen. Gezien de turbulente tijd waarin Amerika verkeert, levert Focus on America in deze opzet vanuit een ander perspectief analyse, duiding en commentaar op de Amerikaanse politiek.

Stelling: Gavin Newsom is de enige Democraat die de presidentsverkiezingen van 2028 kan winnen voor zijn partij

Voor: 

Het grootste voordeel dat Gavin Newsom heeft is dat hij, in tegenstelling tot andere potentiële kandidaten, nationaal opereert. Hij zoekt bewust het conflict op met Donald Trump. Newsom weet hoe in een sterk gepolariseerd medialandschap het politieke debat werkt. Hij is ook niet bang om met Republikeinen in debat te gaan. Zo is hij regelmatig bij Fox News te zien. Door dat te doen is hij niet alleen zichtbaar bij de Democratische achterban, maar kan hij ook voor matige Republikeinse een interessant alternatief zijn.

Als gouverneur van Californië bestuurt hij de vierde economie van de wereld. Hij kan zich profileren op onderwerpen als economie, klimaat en technologie.

Geld is een belangrijk onderdeel van een succesvolle campagne, Zonder voldoende geld is een verkiezingscampagne gedoemd te mislukken. Newsom heeft één van de grootste donornetwerken binnen de Democratische Partij, inclusief Silicon Valley en Hollywood.

Verder is Newsom een natuurlijke campagnevoerder. Hij voelt zich comfortabel voor de camera. Hij is een relatief jonge kandidaat (58 jaar) in vergelijking met Joe Biden en Donald Trump. Hij kan zich positioneren als hét nieuwe gezicht van de Democratische partij.

Waar andere Democraten zich op de vlakte houden, bouwt Newsom al aan een nationaal profiel. Dat betekent dat hij als hij meedoet meteen een voorsprong heeft

Gavin Newsom is op dit moment de grootste kanshebber om de nominatie voor zijn partij te winnen. Maar er is nog een lange weg te gaan naar de verkiezingen van 2028, dat weet Newsom ook. Maar op dit moment is Newsom de enige en wellicht beste Democraat die de verkiezingen kan winnen.

Tegen:

Je kunt er niet omheen. Gavin Newsom is op dit moment de ongekroonde aanvoerder van de Democraten. Je kunt de (Amerikaanse) media niet langsgaan of de gouverneur van Californië heeft ergens wel een mening over. Newsom vindt dat je vuur met vuur moet bestrijden, maar niemand moet er vreemd van opkijken als de kiezer in 2028 juist meer een verbindende toon wil na nog eens vier jaar Donald Trump. Newsom heeft een voortreffelijk economisch trackrecord in Californië, maar vroege frontrunners, zo wijst de geschiedenis uit, haalden zelden de finish. Daar hoef je de recente presidentiële verkiezingshistorie aan de Democratische kant op na te slaan. 

In 2020 ging Elizabeth Warren in alle peilingen aan kop, de kiezer koos voor Joe Biden. In 2008 was Hillary Clinton de gedroomde kandidaat (en anders wel John Edwards, Joe Biden of Bill Richardson), totdat Barack Obama ten tonele verscheen. 

In 1992 was Jerry Brown dé kanshebber, maar ging Bill Clinton, de onbekende gouverneur van Arkansas, er met de nominatie vandoor. In 1988 raakte frontrunner Gary Hart betrokken bij een nooit bewezen buitenechtelijke affaire, stapte uit de race en zag Michael Dukakis verliezen van George H.W. Bush. 

Er is, kortom, nog een lange weg te gaan voor Newsom, die het weliswaar goed doet in Californië, een staat waar in de rest van het land minzaam tegenaan wordt gekeken. Juist de wat onbekendere kanshebbers zoals Josh Shapiro, Gretchen Whitmer, Pete Buttigieg en Andy Beshear, allen zeer getalenteerde politici, houden zich nog wijselijk op de vlakte. En de kans dat Kamala Harris het straks op eigen kracht gaat proberen om de Democratische nominatie binnen te slepen, is redelijk groot. De concurrentie voor Newsom zal enorm zijn.

Geplaatst in Campagne inkomsten, Democraten/Democratische partij/DNC, Hillary Clinton, Joe Biden/President Biden, Kamala Harris/Vicepresident Harris, Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

De Democraten hebben een Project 2028 nodig

Met Project 2025 heeft The Heritage Foundation iets gedaan wat in de Amerikaanse politiek nog niet eerder was voorgekomen, namelijk beleid vooraf organiseren. Een duidelijk uitgewerkt plan dat vastlegt wat er moet gebeuren, in welke volgorde en door wie.

Aan de kant van de Democratische partij ontbreekt zo’n plan. Niet omdat er geen ideeën zijn. Die zijn er genoeg, maar het probleem is dat ze naast elkaar blijven bestaan, zonder rangorde en zonder duidelijke lijn. Kiest men voor de weg van de socialistische Zohran Mamdani, de burgemeester van New York, of voor de meer gematigde weg in, zoals de gouverneurs Virginia en New Jersey? Het is onduidelijk en daardoor ontstaat geen herkenbare koers. En weten kiezers niet precies waar de Democraten voor staan.

De partij reageert vooral op Donald Trump, waarschuwt voor zijn plannen en benadrukt de risico’s voor democratie en rechtsstaat. Inhoudelijk is dat verdedigbaar, maar politiek is het niet genoeg. Verkiezingen worden zelden gewonnen met alleen waarschuwingen. Hillary Clinton en Kamala Harris weten er alles van. 

Het begint met keuzes. Niet alles kan prioriteit zijn. Wie alles tegelijk wil, maakt niets duidelijk. Voor kiezers is richting belangrijker dan volledigheid. Ze willen weten wat eerst komt en wat later. Er moet ordening zijn. Een opsomming van punten is onvoldoende. 

Het belangrijkste voor kiezers is altijd de eigen portemonnee, oftewel de economie. Dat moet het beginpunt zijn. Niet als abstract thema, maar als dagelijkse ervaring. Huur, zorgkosten, boodschappen, energie. Daar vormt zich het oordeel over de politieke plannen. Juist daar blijft de Democratische boodschap vaak hangen in systemen en regelingen, terwijl kiezers vooral de uitkomst willen weten en voelen.

Een geloofwaardig plan richt zich op iets eenvoudigs, namelijk de dagelijkse kosten omlaag  brengen. Meer woningaanbod, lagere zorgkosten, gerichte investeringen in industrie. Niet als losse maatregelen, maar als samenhangend pakket waarvan het effect zichtbaar is. Zonder iets concreets blijft de boodschap niet hangen en blijft het abstract.

Migratie is het tweede punt waar het op vastloopt. Zolang het beeld bestaat dat de overheid geen grip heeft op de grens, tast dat het vertrouwen aan. Een werkbare lijn vraagt om zichtbare handhaving, snellere procedures en duidelijke criteria. Dat zijn geen gemakkelijke keuzes, maar het uitstellen ervan heeft een politieke prijs.

Daarnaast speelt iets dat minder aandacht krijgt, namelijk het functioneren van de overheid zelf. Voor veel kiezers is de staat geen ideologisch project, maar een systeem dat wel of niet werkt. Als dat traag en ingewikkeld is, ondermijnt dat het vertrouwen.

Daar ligt voor de Democraten een kans. Niet door de overheid groter of kleiner te maken, maar door haar beter te laten functioneren. Kortere procedures, minder administratieve rompslomp en betere dienstverlening. 

De verdediging van de democratie blijft belangrijk, maar vraagt een andere benadering. Zolang het bij abstracte waarschuwingen blijft, bereikt het maar een beperkt publiek. Het moet concreet worden gemaakt. Stemrecht, transparantie en controle op macht zijn belangrijk. 

Een plan alleen is niet genoeg. Het heeft een drager nodig. De gouverneur van Californië, Gavin Newsom, kan zo’n drager zijn. De neiging om leiderschap te laten ontstaan, maakt het moeilijk om een consistente lijn vast te houden. Wie pas in het verkiezingsjaar duidelijkheid heeft, loopt achter de feiten aan. 

Minstens zo belangrijk is hoe de boodschap wordt verteld. De Democratische boodschap verandert te vaak van toon en formulering. Accenten verschuiven, prioriteiten wisselen. Dat maakt het moeilijk om een herkenbaar verhaal op te bouwen. Een beperkt aantal kernpunten, consequent herhaald, is effectiever dan een steeds wisselende agenda.

Tot slot is er de uitvoering. Het verschil tussen een plan en een campagne zit in wat er na de verkiezingen gebeurt. Project 2025 is niet alleen een verzameling ideeën, maar ook een voorbereiding op het bestuur. Wie voert het uit, hoe wordt het juridisch vastgelegd, waar ligt de prioriteit? Zonder die laag blijft het bij intenties.

Zonder een eigen plan blijft de verhouding scheef. Donald Trump en zijn omgeving opereren met een plan. De tegenpartij reageert daarop. Dat is geen neutrale positie.

Een Project 2028 hoeft geen kopie te zijn. Maar het moet wel hetzelfde doen, namelijk duidelijke keuzes maken, prioriteiten stellen en vastleggen hoe beleid werkelijkheid wordt. Pas dan ontstaat een verhaal dat niet alleen klinkt, maar ook blijft staan.

Geplaatst in Democraten/Democratische partij/DNC, Immigratie, Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

President Trump belt met International Space Station

President Trump Calls the International Space Station.

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

President Trump reikt Space Medal of Honor uit

President Trump Participates in the Congressional Space Medal of Honor Presentation.

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

President Trump decreet om Lake Ontario te hernoemen naar Lake America

President Trump Participates in Signing Time.

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , | Plaats een reactie

President Trump spreekt op Back-to-School evenement

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Vicepresident Vance houdt rally in Maine

Geplaatst in Maine, Nieuws/Amerika/VS, Vicepresident Vance/JD Vance | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Vicepresident Vance houdt rally in Ohio

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, Ohio, Vicepresident Vance/JD Vance | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Melania Trump spreekt over uitbreiding Fostering the Future initiatief door IndyCar en FOX

First Lady Melania Trump Joins IndyCar and FOX Corporation to Expand Fostering the Future.

Geplaatst in Melania Trump/First Lady, Nieuws/Amerika/VS | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

President Trump spreekt over financiën en crypto

President Trump Delivers Remarks with Technology Leaders.

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , , | Plaats een reactie

President Trump laat helikopterplatform zien aan de pers

President Trump Delivers Remarks.

Geplaatst in Nieuws/Amerika/VS, President Trump/Donald Trump | Tags: , , , | Plaats een reactie