De afgelopen weken is Minneapolis in de staat Minnesota het toneel van één van de scherpste botsingen tussen federale agenten van de U.S. Immigration and Customs Enforcement (ICE) en de Amerikaanse maatschappij sinds de oprichting van de dienst. Wat begon als een uitbreiding van het federale immigratiebeleid onder de Trump regering is geëscaleerd en zorgt voor een mix van geweld, protesten, politieke polarisatie en vragen over de rol van de staat in het gebruik van geweld tegen haar eigen burgers. De kern van dit conflict is niet alleen wat er nu gebeurt, maar wat het zegt over macht, verantwoording en de grenzen van wetshandhaving in Amerika.
ICE werd opgericht in 2003 als onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Department of Homeland Security, DHS) om het federale immigratiebeleid te handhaven. Oorspronkelijk lag de focus op grensgebieden en het opsporen van mensen zonder geldige verblijfsstatus, maar de laatste jaren, vooral onder de regering van Donald Trump, is de dienst agressief ingezet in binnenlandse operaties. Dit omvat huis-tot-huiszoekingen (zonder een rechterlijk bevel), willekeurige straat controles en het betreden van woonwijken en openbare ruimten om immigranten (met of zonder documenten) op te pakken. Critici noemen dit een militarisering van immigratiehandhaving, waarbij de scheidslijn tussen criminaliteitsbestrijding en burgerrechten steeds vager wordt.
In Minneapolis, een stad met een aanzienlijke migrantengemeenschap (vooral immigranten uit Somalië), is deze escalatie op dramatische wijze tot uitbarsting gekomen. Dit heeft gezorgd voor twee recente incidenten waarbij federale agenten dodelijk geweld hebben gebruikt.
Op 7 januari 2026 schoot een ICE-agent de 37-jarige Renée Nicole Good dood tijdens een immigratieactie in Minneapolis. Federale functionarissen beargumenteerden dat Good haar voertuig als wapen had gebruikt, maar lokale autoriteiten en getuigen betwijfelen die lezing en spreken van “excessief geweld”. Kort daarna, op 24 januari, werd een 37-jarige IC-verpleegkundige, Alex Pretti, gedood door agenten van de U.S. Border Patrol, die deel uitmaakten van de bredere federale inzet. Videobeelden gecontroleerd door persbureau Reuters en videobeelden die zijn getoond door andere media tonen Pretti zonder wapen, betwist met tegenstrijdige verklaringen van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid bij monde van minister Kristi Noem, wat leidde tot nationale verontwaardiging.
Deze schietpartijen hebben geleid tot massale protesten in Minneapolis en daarbuiten. Duizenden demonstranten trotseren de extreme kou om te eisen dat ICE vertrekt en de agenten verantwoordelijk worden gehouden. Burgers, vakbonden, religieuze leiders en gemeenschapsorganisaties riepen op tot een einde aan de “federale bezetting” van hun stad. Lokale autoriteiten, waaronder gouverneur van Minnesota, Tim Walz, hebben publiekelijk opgeroepen om de troepen terug te trekken en te focussen op gemeenschap gerichte oplossingen.
De reactie van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid en de Trump regering is kenmerkend voor bredere politieke dynamiek. In plaats van de feiten volledig te erkennen, hebben federale functionarissen vaak een narratief gepresenteerd dat de schuld legt bij demonstranten, lokale beleidsmakers of vermeende bedreigingen. In brieven aan gouverneurs verdedigt de Department of Homeland Security beleidslijnen zoals Operation Metro Surge en suggereert dat het gebrek aan samenwerking leidt tot escalatie, hoewel onafhankelijke videobeelden en getuigenissen die versie tegenspreken.
Zoals steeds in dergelijke conflicten is de verdeling tussen feit en framing cruciaal. Lokale en federale leiders gebruiken dezelfde gebeurtenissen om tegenstrijdige verhalen te vertellen. De ene kant benadrukt de staatsveiligheid en orde, de andere kant spreekt van overmatig geweld, systemische discriminatie en schendingen van grondwettelijke rechten.
De crisis in Minneapolis is een symptoom van een dieper conflict in Amerika. Het laat zien hoe een staat immigratie handhaaft, welke grenzen er zijn aan staatsgeweld en hoe een samenleving haar fundamentele waarden van rechtvaardigheid en menselijke waardigheid beschermt. Zonder structurele hervormingen en echte verantwoording blijft het risico bestaan dat federale macht wordt gebruikt op manieren die gemeenschappen ontwrichten en levens kosten. De vraag waar deze episode toe leidt is niet alleen juridisch en politiek, maar moreel en maatschappelijk. Alleen door de juiste checks and balances in te voeren kan een toekomst worden gevormd waarin politie- en immigratiehandhaving dienen om bescherming te bieden, niet om te intimideren of te doden. Helaas ontbreekt het op dit moment aan de checks and balances.
Het eerste jaar van Trumps tweede presidentschap laat een duidelijke richting zien. Die richting is minder ideologisch dan vaak wordt gedacht. Ze is vooral transactioneel, conflictgericht en gericht op de korte termijn. Dat zorgt voor wantrouwen en chaos.
Voor Europese hoofdsteden is de kernvraag daardoor verschoven. De vraag is niet hoe we samen de internationale orde versterken, maar hoe beperken we onze afhankelijkheid van een onvoorspelbare bondgenoot? Die verschuiving is structureel, maar is bij veel Europese leiders veel te laat doorgedrongen. Ze zorgt nu voor de versnelling van Europese discussies over strategische autonomie, defensiecapaciteit en industriële onafhankelijkheid. Maar dat is rijkelijk laat en het kost jaren om echt onafhankelijk te zijn van Amerika.
De liberale internationale wereldorde wordt vaak voorgesteld als een monolithisch systeem. In werkelijkheid is zij altijd het resultaat geweest van Amerikaanse macht, Europese samenwerking en geopolitieke noodzaak. Wat nu zichtbaar wordt, is geen plotselinge instorting, maar een versnelde erosie.
Het meest ingrijpende voorstel, het beëindigen van geboorte-burgerschap voor kinderen van illegale migranten, werd door federale rechters tijdelijk geblokkeerd. Daarmee werd zichtbaar waar de grenzen van de uitvoerende macht liggen. Bovendien ontstaan er grote spanningen met staten als Texas, die hun eigen grensbeleid willen doorzetten. Het federale en statelijke niveau botsen openlijk, wat een ongebruikelijke situatie is voor migratiebeleid.
De militaire modernisering verloopt snel. De defensiebegroting is verhoogd, diversiteitsprogramma’s zijn afgeschaft en er is financiering toegekend voor de Golden Dome, een nieuw raketverdedigingssysteem. Wat minder zichtbaar wordt benadrukt: de beloofde terughoudendheid in buitenlandse operaties blijft uit. Amerikaanse aanvallen op Houthi-doelen en andere regionale taken gaan door. Hierdoor ontstaat een kloof tussen strategische retoriek en feitelijke inzet.
Maatregelen die verder gaan dan bestaande wetgeving, zoals het beëindigen van geboorte-burgerschap, zijn door rechters tijdelijk tegengehouden. Trumps reactie daarop, die regelmatig neerkomt op het presenteren van juridische tegenslag als politieke obstructie, zet druk op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Dat is een breuk met de rolverdeling tussen uitvoerende en rechterlijke macht.
De aanval op een soeverein land is in strijd met het internationaal recht. Amerika heeft het recht niet om een ander land binnen te vallen en de president te ontvoeren. Het Congres was niet ingelicht en dat dient toestemming te geven voor een degelijke operatie. Maar Trump heeft daar maling aan. Hij heeft weinig op met internationale regels en luistert alleen naar mensen die hem influisteren. Het gaat dan om de minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en de minister van Defensie Pete Hegseth.
Voor de Democraten zijn de verkiezingen van 2026 een toets van relevantie. De partij moet laten zien dat zij niet alleen oppositie kan voeren, maar ook een samenhangend alternatief kan formuleren dat verder reikt dan afkeer van Trump. Interne verdeeldheid, strategische keuzes en de verhouding tot progressieve bewegingen zullen daarbij doorslaggevend zijn.