Met Project 2025 heeft The Heritage Foundation iets gedaan wat in de Amerikaanse politiek nog niet eerder was voorgekomen, namelijk beleid vooraf organiseren. Een duidelijk uitgewerkt plan dat vastlegt wat er moet gebeuren, in welke volgorde en door wie.
Aan de kant van de Democratische partij ontbreekt zo’n plan. Niet omdat er geen ideeën zijn. Die zijn er genoeg, maar het probleem is dat ze naast elkaar blijven bestaan, zonder rangorde en zonder duidelijke lijn. Kiest men voor de weg van de socialistische Zohran Mamdani, de burgemeester van New York, of voor de meer gematigde weg in, zoals de gouverneurs Virginia en New Jersey? Het is onduidelijk en daardoor ontstaat geen herkenbare koers. En weten kiezers niet precies waar de Democraten voor staan.
De partij reageert vooral op Donald Trump, waarschuwt voor zijn plannen en benadrukt de risico’s voor democratie en rechtsstaat. Inhoudelijk is dat verdedigbaar, maar politiek is het niet genoeg. Verkiezingen worden zelden gewonnen met alleen waarschuwingen. Hillary Clinton en Kamala Harris weten er alles van.
Het begint met keuzes. Niet alles kan prioriteit zijn. Wie alles tegelijk wil, maakt niets duidelijk. Voor kiezers is richting belangrijker dan volledigheid. Ze willen weten wat eerst komt en wat later. Er moet ordening zijn. Een opsomming van punten is onvoldoende.
Het belangrijkste voor kiezers is altijd de eigen portemonnee, oftewel de economie. Dat moet het beginpunt zijn. Niet als abstract thema, maar als dagelijkse ervaring. Huur, zorgkosten, boodschappen, energie. Daar vormt zich het oordeel over de politieke plannen. Juist daar blijft de Democratische boodschap vaak hangen in systemen en regelingen, terwijl kiezers vooral de uitkomst willen weten en voelen.
Een geloofwaardig plan richt zich op iets eenvoudigs, namelijk de dagelijkse kosten omlaag brengen. Meer woningaanbod, lagere zorgkosten, gerichte investeringen in industrie. Niet als losse maatregelen, maar als samenhangend pakket waarvan het effect zichtbaar is. Zonder iets concreets blijft de boodschap niet hangen en blijft het abstract.
Migratie is het tweede punt waar het op vastloopt. Zolang het beeld bestaat dat de overheid geen grip heeft op de grens, tast dat het vertrouwen aan. Een werkbare lijn vraagt om zichtbare handhaving, snellere procedures en duidelijke criteria. Dat zijn geen gemakkelijke keuzes, maar het uitstellen ervan heeft een politieke prijs.
Daarnaast speelt iets dat minder aandacht krijgt, namelijk het functioneren van de overheid zelf. Voor veel kiezers is de staat geen ideologisch project, maar een systeem dat wel of niet werkt. Als dat traag en ingewikkeld is, ondermijnt dat het vertrouwen.
Daar ligt voor de Democraten een kans. Niet door de overheid groter of kleiner te maken, maar door haar beter te laten functioneren. Kortere procedures, minder administratieve rompslomp en betere dienstverlening.
De verdediging van de democratie blijft belangrijk, maar vraagt een andere benadering. Zolang het bij abstracte waarschuwingen blijft, bereikt het maar een beperkt publiek. Het moet concreet worden gemaakt. Stemrecht, transparantie en controle op macht zijn belangrijk.
Een plan alleen is niet genoeg. Het heeft een drager nodig. De gouverneur van Californië, Gavin Newsom, kan zo’n drager zijn. De neiging om leiderschap te laten ontstaan, maakt het moeilijk om een consistente lijn vast te houden. Wie pas in het verkiezingsjaar duidelijkheid heeft, loopt achter de feiten aan.
Minstens zo belangrijk is hoe de boodschap wordt verteld. De Democratische boodschap verandert te vaak van toon en formulering. Accenten verschuiven, prioriteiten wisselen. Dat maakt het moeilijk om een herkenbaar verhaal op te bouwen. Een beperkt aantal kernpunten, consequent herhaald, is effectiever dan een steeds wisselende agenda.
Tot slot is er de uitvoering. Het verschil tussen een plan en een campagne zit in wat er na de verkiezingen gebeurt. Project 2025 is niet alleen een verzameling ideeën, maar ook een voorbereiding op het bestuur. Wie voert het uit, hoe wordt het juridisch vastgelegd, waar ligt de prioriteit? Zonder die laag blijft het bij intenties.
Zonder een eigen plan blijft de verhouding scheef. Donald Trump en zijn omgeving opereren met een plan. De tegenpartij reageert daarop. Dat is geen neutrale positie.
Een Project 2028 hoeft geen kopie te zijn. Maar het moet wel hetzelfde doen, namelijk duidelijke keuzes maken, prioriteiten stellen en vastleggen hoe beleid werkelijkheid wordt. Pas dan ontstaat een verhaal dat niet alleen klinkt, maar ook blijft staan.
Wat overbleef was herhaling. Trump herhaalde meerdere malen hoe succesvol en superieur het Amerikaanse leger was en zowel de Iraanse marine als de luchtmacht had vernietigd. Het was vooral borstklopperij. En waarom Trump Venezuela noemde bleef onduidelijk. Waarschijnlijk om daar het succes van nog eens van te onderstrepen. Want dat Iran een ander verhaal is, is inmiddels wel duidelijk.
Nog los van het vraagstuk of de ingreep in Iran verstandig is, maakt Trump zich in een deel van zijn eigen achterban niet populair. De haviken in zijn partij zijn mordicus tegen en dat geldt ook voor vicepresident JD Vance. Hij ziet zichzelf als de natuurlijke opvolger van Trump als diens tweede termijn op 20 januari 2029 afloopt. Voor Vance wordt het lastig campagnevoeren als hij onderdeel uitmaakt van een regering die oorlogje speelt in het Midden-Oosten.
Vanaf het begin van de escalatie met Iran was zichtbaar dat Vance zich niet op de voorgrond plaatste. Waar hij in andere dossiers snel en uitgesproken reageert, bleef zijn publieke optreden beperkt en terughoudend. Die terughoudendheid volgt een patroon dat al voor de eerste militaire stappen zichtbaar was, toen hij zich intern sceptisch zou hebben opgesteld tegenover een directe confrontatie met Iran. Dat standpunt past in een bredere politieke lijn die hij de afgelopen jaren heeft opgebouwd, waarin terughoudendheid in buitenlandse interventies centraal staat en waarin het vermijden van langdurige conflicten een uitgangspunt vormt. Juist daardoor komt hij in een positie terecht waarin elke duidelijke uitspraak politieke risicoś met zich meebrengt, omdat openlijke steun zijn eerdere profiel ondergraaft en openlijke kritiek Donald Trump direct zou raken.
Die marginale positie is niet los te zien van de ideologische spanning die deze oorlog blootlegt binnen het bredere Trump-kamp. Vance vertegenwoordigt een stroming die de afgelopen jaren juist afstand heeft genomen van interventionistische reflexen en die de nadruk legt op binnenlandse prioriteiten. De beslissing om militair in te grijpen staat daarmee op gespannen voet, niet alleen met zijn persoonlijke profiel, maar ook met een deel van de MAGA achterban die gevoelig is voor argumenten tegen buitenlandse avonturen. Dat die spanning niet alleen theoretisch is, blijkt uit berichtgeving over interne kritiek en uit signalen van verdeeldheid binnen conservatieve media en politieke netwerken. De oorlog fungeert daarmee als een breekpunt waarop verschillende interpretaties van “America First” zichtbaar worden, variërend van terughoudendheid tot juist bereidheid tot escalatie wanneer strategische belangen dat vereisen.
Amerika begon als een experiment. Een republiek in een wereld die nog vooral door monarchieën werd beheerst. Daarmee is Amerika de oudste democratie. De Founding Fathers ontwierpen een systeem dat moest voorkomen dat macht zich concentreerde rondom één persoon, maar ze legden tegelijk de kiem voor een lange strijd over wie toegang kreeg tot vrijheid en burgerschap. Slavernij werd niet opgelost, maar weggeduwd richting een toekomst waarvan ze wisten dat die explosief kon worden. Het was het eerste grote compromis dat het land zou tekenen.
Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde het karakter van Amerika opnieuw. De opkomst van industrie, migratie en steden dwong tot een herinrichting van staat en economie. De progressieve hervormingen, later gevolgd door de New Deal, gaven de federale overheid een grotere rol in het dagelijks leven. Het was een tijd waarin de Amerikaanse democratie werd aangepast aan een moderne samenleving. Het was een kantelpunt geboren uit noodzaak. De grote depressie liet zien dat de vrije markt geen vanzelfsprekende welvaart garandeerde. De staat stapte naar voren om de samenleving te stabiliseren.
Vanaf de jaren tachtig kwam een nieuwe politieke stroming op die sceptisch was over de rol van de overheid en meer vertrouwen stelde in marktwerking en individuele verantwoordelijkheid. Het was een koerswijziging die de staat hervormde, maar ook de ongelijkheden vergrootte. Het meritocratische verhaal werd sterker, terwijl de sociale vangnetten dunner werden. Tegelijkertijd verschoof de politieke cultuur richting polarisatie. De scheidslijnen werden dieper en het vertrouwen in instituties brokkelde langzaam af.
Tweehonderdvijftig jaar na de onafhankelijkheid staat Amerika opnieuw op een kantelpunt. Niet omdat het land uiteenvalt, maar omdat het opnieuw moet bepalen welke richting het op wil. De interne spanningen zijn groot, maar ze zijn niet nieuw. De Amerikaanse geschiedenis zit vol momenten waarop oude structuren niet meer pasten bij de samenleving die eruit was voortgekomen. Telkens volgde heruitvinden, soms abrupt, soms geleidelijk.